• strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 197.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 433.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.

Aandachtspunten bij vaccinatie

Een vaccin stimuleert de specifieke immuunrespons tegen een bepaalde ziekte zonder de dieren ziek te maken.

Een goede immuunrespons is het resultaat van:

een goed vaccin dat op een correcte manier wordt bewaard en toegepast

+

een gezond dier dat in staat is om een goede afweer op te bouwen.

 

Enkele belangrijke aandachtspunten:

  • Vaccineer enkel gezonde dieren
  • Bewaar vaccins op de juiste manier:

o In de originele verpakking

o Buiten het bereik van zonlicht

o Volg de aanwijzingen op de verpakking. Meestal dienen vaccins gekoeld bewaard te worden (in de koelkast: tussen 2 en 8°C)

o Let erop dat vaccins nooit bevriezen!
Monitor de temperatuur van de koelkast en plaats de vaccins nooit tegen de achterwand van de koelkast.

  • Gebruik naalden met de gepaste lengte

De meeste vaccins dienen intramusculair (in het spierweefsel) toegepast te worden. Gebruik daarom naalden die voldoende lang zijn. Bij het gebruik van te korte naalden bestaat het gevaar dat het vaccin in het vetweefsel wordt gespoten en bijgevolg niet goed werkt.

Aanbevolen naaldlengte in functie van de leeftijd:

- Kleine biggen: 1.5 cm
- Biggen 20 kg: 2.0 cm
- Varkens 50 kg: 3.0 cm
- Varkens 100 kg: 4.0 cm
- Zeugen, gelten, beren: min. 4.0 cm

  • Gebruik de correcte dosis en dien het vaccin toe op het juiste tijdstip

Raadpleeg steeds de bijsluiter om de correcte dosering en het juiste tijdstip van toediening te kennen.

  • Gebruik reine injectiespuiten en naalden

o Vervang regelmatig de naalden (besmette naalden zijn een mogelijke bron van ziekte-overdracht)

o Spuit nooit met kromme naalden

o Reinig de injectiespuiten regelmatig met lauw water. Indien er bij deze reiniging ontsmettingsmiddelen gebruikt worden, let er dan op voldoende na te spoelen met zuiver water. Achtergebleven resten van ontsmettingsmiddelen kunnen er immers voor zorgen dat levende vaccins afgedood worden en bijgevolg niet meer werkzaam zijn!