• strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 197.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 433.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.

Ileïtis / PIA

 

  1. Ziekteverwekker
  2. Ziektebeelden
  3. Verspreiding
  4. Diagnose
  5. Behandeling en preventie
  6. Economische impact
  7. Veel gestelde vragen

 

Ziekteverwekker

Lawsonia intracellularis, een gram negatieve bacterie behorende tot de familie van de Desulfovibrio.

<Terug naar boven>

 

Ziektebeelden

Afhankelijk van de leeftijd bij infectie, de infectiedosis en de omgevingsfactoren kan een infectie met Lawsonia intracellularis aanleiding geven tot 3 verschillende ziektevormen: acute ileïtis (PHE), chronische ileïtis (PIA) en subklinische ileïtis.

Figuur: Verschillende vormen van ileïtis met de kenmerkende symptomen

 

  •  Klinische ileïtis: het zichtbare probleem

Acute ileïtis (PHE – Porciene Hemorrhagische Enteropathie)

Acute ileïtis treedt vooral op bij gelten en oudere vleesvarkens met een leeftijd van 3 tot 12 maanden. De ziektevorm wordt gekenmerkt door plotse sterfte van bleke dieren met een bloederige tot zwarte stoelgang. De sterfte bij de aangetaste dieren kan oplopen tot 50%. Een voorwaarde voor de ontwikkeling van de acute ziektevorm is dat de dieren nooit eerder blootgesteld werden aan de bacterie. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer negatieve gelten worden geïntroduceerd in een besmette zeugenstapel.

 

Foto: Gelt met een bloederige diarree ten gevolge van een acute ileïtis

 

Chronische ileïtis (PIA – Porciene Intestinale Adenomatose)

De chronische vorm kent een sluipend verloop en ontwikkelt zich vooral bij biggen en vleesvarkens op een leeftijd van 6 tot 20 weken.
Deze vorm wordt gekenmerkt door een milde diarree met pasteuze tot waterige consistentie, een verhoogde voederconversie en een toegenomen gewichtsvariatie binnen de leeftijdsgroepen.

 

  • Subklinische ileïtis: het onderschatte probleem

Bij een subklinische ileïtis infectie worden geen klinische tekenen zoals diarree of sterfte waargenomen. Bedrijven met subklinische ileïtis ervaren een suboptimale groei, gedaalde voederopname, verhoogde voederconversie en een toegenomen gewichtsvariatie binnen de leeftijdsgroepen.

 

Foto: Een groep vleesvarkens met een slechte uniformiteit ten gevolge van subklinische ileïtis 

<Terug naar boven>

 

Verspreiding

De verspreiding van de Lawsonia intracellularis bacterie vindt plaats door contact met mest van besmette dieren. Infectiebron voor gespeende biggen zijn enkele dragers die zich bij de zeug al besmet hebben. Naast direct contact met besmette dieren kunnen ook mechanische vectoren zoals bedrijfskleding en -materiaal en biologische vectoren zoals ratten en muizen de bacterie doorheen de stal verspreiden. Onderzoek toonde aan dat de bacterie gedurende minstens 2 weken infectieus blijft in mest bij een temperatuur van 5-15°C.

<Terug naar boven>

 

Diagnose

Volgende diagnostische methoden worden het meest toegepast:

  • Aantonen van antistoffen tegen de Lawsonia intracellularis bacterie

Antistoffen tegen de Lawsonia intracellularis bacterie kunnen aangetoond worden in bloedserum door middel van een ELISA test.
Antistoffen zijn aantoonbaar vanaf 3 weken na infectie. Bij interpretatie van ELISA resultaten van jonge dieren moet er rekening mee gehouden worden dat maternale antistoffen aantoonbaar blijven tot 3-4 dagen na het spenen en occasioneel langer.
Vaccinatie (indien toegediend aan de voorgeschreven dosis) geeft geen aanleiding tot detecteerbare antistoffen in het bloedserum, hoewel de dieren wel beschermd zijn tegen de gevolgen van een veldbesmetting. Gedetecteerde antistoffen zijn dus steeds het resultaat van een infectie met de veldbacterie.
Bij de interpretatie van ELISA resultaten is het ook belangrijk te weten of de dieren behandeld werden met antibiotica kort voor of op het moment van de bloedstaalname, dit zorgt immers voor een verlaging van het antistofniveau.

  • Aantonen van de Lawsonia intracellularis bacterie door middel van een PCR test

In dit geval wordt genetisch materiaal van de bacterie opgespoord in mest. Omdat de bacterie intermitterend (met tussenpozen) wordt uitgescheiden in mest, betekent een negatief resultaat niet noodzakelijk dat het dier niet geïnfecteerd is.

  • Slachtlijnonderzoek

Verschillende slachthuizen in België voeren slachtlijnonderzoek naar ileïtis uit. Daarbij wordt nagegaan of het ileum (laatste gedeelte van de dunne darm) al dan niet een verdikte wand vertoont. De aanwezigheid van een verdikte darmwand (zgn. ‘tuinslangdarmen’) kan een indicatie zijn voor een ileïtis problematiek, maar dit dient steeds bevestigd te worden door verder (bloed)onderzoek.
Aan het slachtlijnonderzoek zijn een aantal beperkingen verbonden:
- Bij een enkelvoudige infectie zijn de letsels volledig verdwenen 35 dagen na de infectie. Dit betekent dat de letsels op het moment van het slachten al hersteld kunnen zijn, waardoor er bij een slachtlijnonderzoek normale darmen worden waargenomen.
- Het onderzoek dient kort na sterfte van de dieren te worden uitgevoerd. Nadien treedt er lijkstijfheid op en is een correcte beoordeling onmogelijk.

In de praktijk is serologie (aantonen van antistoffen) de belangrijkste diagnostische methode om een infectie met Lawsonia intracellularis aan te tonen.

<Terug naar boven>

 

Behandeling en preventie 

  • Management

Alle maatregelen die erop gericht zijn om contact met besmette mest te beperken kunnen de infectiedruk verlagen. Voorbeelden hiervan zijn:
- werken volgens het all-in/all-out principe
- goede ongediertebestrijding
- reiniging en ontsmetting: de bacterie is zeer gevoelig voor ontsmettingsmiddelen met chloor en kwaternaire ammoniumverbindingen.
Ondanks het belang van een goede hygiëne is niet aangetoond dat ileïtis minder voorkomt op bedrijven met een hoge gezondheidsstatus.

  • Antibiotica

Ileïtis is een bacteriële ziekte. Behandeling met antibiotica is dus mogelijk. Een correcte keuze en dosering van het antibioticum zijn belangrijk om een goed effect te bekomen.
Bij een klinische ileitïs uitbraak (acuut of chronisch) is het toedienen van antibiotica via het voeder of drinkwater aanbevolen om de verliezen te beperken. In het geval van acute ileïtis dient men snel in te grijpen om hoge sterfte te vermijden. In dit geval is het aangewezen om de behandeling via drinkwater of voeder te laten voorafgaan door de toediening van een injecteerbare formulering.
Het langdurige gebruik van antibiotica in de controle en preventie van ileïtis is moeilijk omdat de ziekte een infectieverloop kent dat zich langzaam spreidt tussen dieren van eenzelfde groep.
Daarom is vaak een herhaalde of langdurige behandeling noodzakelijk om de verliezen te beperken. Wanneer dieren pas behandeld worden wanneer de eerste tekenen van besmetting zichtbaar zijn, is er al darmschade en een verminderde productie.

  • Eradicatie

Vooral in Denemarken werden eradicatieprogramma’s gebaseerd op depopulatie, reiniging en ontsmetting en antibioticabehandeling toegepast. Deze pogingen waren in vele gevallen succesvol, maar leerden ook dat de meeste bedrijven herbesmet zijn binnen een periode van 2 jaar. De ziekte kan dus niet volledig gecontroleerd worden met management, hygiëne en antibiotica.

  • Vaccinatie

Sedert 2005 is er een oraal vaccin op de markt dat rechtstreeks in de muil of via het drinkwater kan toegediend worden aan varkens vanaf de leeftijd van 3 weken. Deze vaccinatie dient eenmalig toegediend te worden en wekt een langdurige bescherming op tegen de schade veroorzaakt door klinische en subklinische ileïtis.
In het kader van maatregelen om het antibioticagebruik (en daarmee ook de antimicrobiële resistentie) te verminderen is vaccinatie een geschikt alternatief.
 

<Terug naar boven>

 

Economische impact

Infecties met Lawsonia intracellularis zorgen voor een verstoring van de absorptie van verteerde voederbestanddelen in de dunne darm en hebben daarom een negatieve invloed op de productieparameters. De infectie heeft een negatieve invloed op groei, voederconversie en uniformiteit van de diergroep. In een studie uitgevoerd door de Universiteit van München werd de kost van een subklinische ileïtis infectie geraamd op 7.60 euro/afgeleverd vleesvarken.

 

Figuur: Een te grote spreiding in de karkasgewichten en te veel lichte karkassen (blauwe curve) kan een indicatie zijn voor een ileïtis problematiek

<Terug naar boven>

 

Veel gestelde vragen

Zijn andere dieren gevoelig voor Lawsonia intracellularis?

Lawsonia intracellularis veroorzaakt ziekte bij varkens, veulens en hamsters.
Daarnaast is de bacterie ook aangetoond bij struisvogels, herten, fretten, honden, cavia’s, vossen, konijnen, ratten, rhesus apen, egels, giraffen, koeien (kalveren), muizen en emoes. Bij deze diersoorten werden echter geen ziektesymptomen waargenomen.

 

Hebt u een vraag over ileïtis/PIA, stuur ons dan een e-mail door te klikken op onderstaande link:

"contact"

<Terug naar boven>