• strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 197.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 433.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.

Mycoplasma hyopneumoniae

 

  1. Ziekteverwekker
  2. Ziektebeelden
  3. Verspreiding
  4. Diagnose
  5. Behandeling en preventie
  6. Economische impact
  7. Veel gestelde vragen

 

Ziekteverwekker

Mycoplasma hyopneumoniae, een bacterie die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van een plasmamembraan en de afwezigheid van een celwand.

<Terug naar boven>

 

Ziektebeelden

  • Een longontsteking waarbij zeer specifieke gedeelten van de long aangetast zijn (zie foto).
  • Verhoogde gevoeligheid voor andere luchtwegaandoeningen, hetgeen leidt tot enzoötische pneumonie.

In een stalomgeving ademen dieren voortdurend lucht in die beladen is met bacteriën en virussen. Bij gezonde varkens wordt een groot deel van deze kiemen vastgehouden in de slijmlaag van de bovenste luchtwegen. Dit slijm wordt door middel van de golvende beweging van trilhaartjes, welke zich op de wand van de luchtwegen bevinden, terug naar buiten gewerkt door het slijm op te hoesten. Bij een infectie met mycoplasmen hechten deze bacteriën zich vast aan de toppen van de trilhaartjes en scheiden gifstoffen af welke deze trilhaartjes vernietigen. Hierdoor is de zuiverende werking verstoord en komen meer kiemen terecht in de longen, waar ze schade kunnen aanrichten.

Symptomen:
• Een langdurige droge hoest die voornamelijk voorkomt bij vleesvarkens met een leeftijd van 3 tot 6 maanden.
• Verminderde voederopname.
• Groeiachterstand die tot uiting komt onder vorm van ongelijke tomen vleesvarkens.

 

                              

Foto: Longontsteking ten gevolge van                                   Foto: gezonde long                                                                                                                                  een Mycoplasma hyopneumoniae infectie

<Terug naar boven>

 

Verspreiding

  • Directe transmissie tussen varkens

De overdracht van de bacterie tussen varkens vindt voornamelijk plaats door direct contact (vb. neus-neus contact) met besmette dieren.

Hoewel varkens vlak na de geboorte al in contact kunnen komen met de Mycoplasma hyopneumoniae bacterie via de zeug, vinden de meeste besmettingen plaats na het spenen door contact met besmette groepsgenoten of met oudere dieren. Vooral het mengen van tomen varkens van verschillende leeftijden blijkt een belangrijke risicofactor.

Omdat de bacterie niet lang overleeft in de omgeving, zijn dragerdieren noodzakelijk om de kiem in een populatie in stand te houden. De kiem blijft gedurende maanden aanwezig in de luchtwegen en longen van geïnfecteerde dieren.

  • Via de lucht

Wanneer de klimatologische omstandigheden geschikt zijn (koud en vochtig) is een overdracht tussen bedrijven mogelijk door transport van de bacterie door vochtdeeltjes in de lucht (aerosols). Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Mycoplasma hyopneumoniae bacterie kan teruggevonden worden in luchtstalen op 4.7 km van een besmet bedrijf.

<Terug naar boven>

 

Diagnose

Volgende diagnostische methoden worden het meest toegepast:

  • Aantonen van antistoffen tegen de Mycoplasma bacterie

Antistoffen tegen Mycoplasma hyopneumoniae kunnen aangetoond worden in bloedserum door middel van een ELISA test. Het nadeel van deze methode is dat er geen onderscheid kan gemaakt worden tussen antistoffen ten gevolge van een veldbesmetting en antistoffen ten gevolge van vaccinatie. Daarom is deze test enkel waardevol bij niet gevaccineerde dieren.

Na vaccinatie zullen slechts een deel van de dieren seroconverteren. De mate waarin antistoffen kunnen gedetecteerd worden na vaccinatie is onder andere afhankelijk van het type vaccin en de gebruikte analysetest. Onderzoek heeft aangetoond dat er geen relatie bestaat tussen de hoeveelheid antistoffen opgewekt na vaccinatie en de bescherming tegen infectie en ziektesymptomen. Het meten van antistofniveaus na vaccinatie is dus geen goede maatstaf om vaccinkwaliteit te beoordelen.

Bij de interpretatie van de resultaten is het ook belangrijk er rekening mee te houden dat antistoffen tegen Mycoplasma hyopneumoniae over het algemeen traag worden opgebouwd. Pas 4 tot 6 weken na infectie zullen antistoffen in het bloed detecteerbaar zijn. In geval van bloedname bij jonge dieren dient er rekening mee gehouden te worden dat maternale antistoffen aantoonbaar blijven tot een leeftijd van 6 à 8 weken.

  • Slachtlijnonderzoek

Door middel van slachtlijnonderzoek kan nagegaan worden of de letsels die indicatief zijn voor een Mycoplasma hyopneumoniae infectie aanwezig zijn. Men moet echter steeds het waargenomen beeld bevestigen door het aantonen van de typische microscopische letsels veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae (zgn. peribronchiale cuffing) of door het aantonen van de bacterie door middel van immunohistochemie of een PCR analyse.  

<Terug naar boven>

 

Behandeling en preventie

  • Management

- Goed stalklimaat: tocht en grote temperatuurschommelingen vermijden; geen te hoge ammoniak, CO2 en stofconcentraties
- Geen te hoge hokbezetting
- All-in / all-out: strikte compartimentatie, geen vermenging van dieren van verschillende leeftijdsgroepen

  • Antibiotica

Mycoplasma hyopneumoniae is een bacterie en zieke dieren kunnen dus behandeld worden met antibiotica. Deze zijn een hulpmiddel om de ziekte te controleren, maar zijn niet in staat om de bacterie uit de luchtwegen te elimineren of om longschade te genezen.

Omdat Mycoplasma hyopneumoniae geen celwand bezit zijn deze antibiotica die enkel op de celwandsynthese van de bacterie inwerken (vb. penicillines) niet werkzaam.

Onderzoek naar het voorkomen van antimicrobiële resistentie bij Mycoplasma hyopneumoniae veldisolaten op Belgische bedrijven, toonde aan dat er verworven resistentie is tegen antibiotica behorende tot de groep van de macroliden, lincosamiden en fluoroquinonolen.

  • Vaccinatie

Er zijn verschillende biggenvaccins op de markt tegen Mycoplasma hyopneumoniae en in België is er een vrij hoge vaccinatiegraad tegen de aandoening.

Bij de vaccins kan men een onderscheid maken tussen one-shot en two-shot vaccins (vaccins die respectievelijk 1 maal of 2 maal moeten toegediend worden).

De belangrijkste effecten die door vaccinatie worden opgemerkt zijn:
- minder longletsels aan de slachtlijn
- minder antibioticagebruik
- een betere en meer uniforme groei
- een betere voederconversie.


Foto: Vaccinatie tegen Mycoplasma hyopneumoniae is een                                                    
basisvaccinatie op de meeste Belgische varkensbedrijven

<Terug naar boven>

 

Economische impact

Een Mycoplasma infectie heeft vooral een negatieve invloed op de groei, voederconversie en uniformiteit van de dieren. In een onderzoek uitgevoerd op 14 Belgische bedrijven met een lage Mycoplasma infectiedruk werd na vaccinatie een significante verbetering van de dagelijkse groei met 22 g/dag, een daling van de voederconversie met 70 gram en een daling van de medicatiekost met 0.45 €/varken waargenomen.

<Terug naar boven>

 

Veel gestelde vragen

Zijn er nog andere Mycoplasma bacteriën die ziekte kunnen veroorzaken bij het varken?

Ja, Mycoplasma hyorhinis welke polyserositis en artritis (gewrichtsontsteking) veroorzaakt en Mycoplasma hyosinoviae welke artritis veroorzaakt bij vleesvarkens.
Vaccinatie tegen Mycoplasma hyopneumoniae biedt geen kruisbescherming tegen Mycoplasma hyorhinis en Mycoplasma hyosinoviae.

Hebt u een vraag over Mycoplasma infecties, stuur ons dan een e-mail door te klikken op onderstaande link:

"contact"

<Terug naar boven>