• strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 197.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 433.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.

Porcien Circovirus Type 2 geassocieerde aandoeningen (PCVD)

  1.  Ziekteverwekker
  2.  Ziektebeelden
  3.  Verspreiding
  4.  Diagnose
  5.   Behandeling en preventie
  6.   Economische impact
  7.  Veel gestelde vragen

 

Ziekteverwekker

Porcien Circovirus Type 2 (PCV2), een enkelstrengig DNA virus behorende tot de familie van de Circoviridae.

<Terug naar boven>

 

Ziektebeelden

Het geheel van de ziektebeelden veroorzaakt door het PCV2 virus worden Porcien Circovirus type 2 geassocieerde ziekten of PCVD genoemd. Volgende ziektebeelden kunnen onderscheiden worden:

→ BIJ BIGGEN EN VLEESVARKENS:

  •  Systemische infectie: wegkwijnende varkens (PMWS)

Klassieke PMWS (Postweaning Multisystemic Wasting Syndrome) kan een ernstig probleem zijn op bedrijfsniveau, vnl. door een sterke stijging van de sterfte en het aantal wegkwijnende varkens.
Deze ziektevorm wordt gekenmerkt door sterk vermagerende, bleke dieren met lang, ruig haar. In het beginstadium van de ziekte zijn vaak ook gezwollen lieslymfeklieren zichtbaar.

Foto: Big met PMWS symptomen

 

  • PDNS

PDNS (Porcine Dermatitis and Nephropathy Syndrome) wordt gekenmerkt door het plots verschijnen van rood-paarse huidletsels, vooral gelokaliseerd op de poten, de achterhand en de oren. De aangetaste dieren hebben vergrote, wasachtige nieren met witte spots en puntbloedingen. Een groot deel van de aangetaste dieren sterft.

    

Foto: Big met PDNS                                                                              Foto: Vergrote nier met witte spots en puntbloedingen

 

  • Luchtwegproblemen (PRDC)

PRDC (Porcine Respiratory Disease Complex) is een ziektevorm waarvan de ziektetekenen kunnen overlappen met deze van PMWS. In tegenstelling tot PMWS is de ziekte duidelijk geassocieerd met slepende luchtwegproblemen (longontsteking, hoest, flankenslag). Reactie op antibioticabehandelingen is eerder wisselvallig. PRDC komt algemeen voor bij iets oudere dieren en het sterftepercentage is lager dan bij PMWS. Co-infecties met andere bacteriën (o.a. Mycoplasma hyopneumoniae) en virussen (o.a. griep, PRRS) komen frequent voor.

   

Foto: Interstitiële pneumonie ten gevolge van een PCV2 infectie           Foto: Gezonde long                                  

 

  • Maagdarmproblemen

Darmontsteking met diarree ten gevolge van PCV2 komt voornamelijk voor bij vleesvarkens en wordt macroscopisch vaak verward met ileïtis (PIA). Kenmerkend zijn een verdikt darmslijmvlies en een verdikking van de lymfeknopen in het darmscheil. Soms is er ook een vochtopstapeling in het darmscheil zichtbaar. Secundair, ten gevolge van een gedaalde voederopname, wordt bij PCV2 geïnfecteerde dieren vaak ook een hogere frequentie aan maagzweren waargenomen.

  

Foto: Verdikt darmslijmvlies                                                               Foto: Opgezette lymfeknopen in het darmscheil

 

  • Milde vorm: verzwakte weerstand en achterblijvende productieparameters

PCV2 infectie kan ook aanleiding geven tot een klinisch mildere vorm van PCVD, gekarakteriseerd door een minder dramatische stijging van sterfte, secundaire infecties, gewichtsverliezen en wegkwijnende dieren.
Het PCV2 virus verzwakt het afweersysteem, waardoor de weerstand van het dier tegen andere infecties afneemt. Dit geeft aanleiding tot een verhoogde gevoeligheid voor secundaire infecties. 
Ten gevolge van de verminderde werkzaamheid van het  afweersysteem kan er ook een negatieve invloed van een PCV2 infectie verwacht worden op de werkzaamheid van vaccins die toegediend worden ter preventie van andere aandoeningen (vb. mycoplasma vaccinatie).

 

→ BIJ ZEUGEN EN GELTEN:

  • Vruchtbaarheidsproblemen

Hoewel vruchtbaarheidsproblemen ten gevolge van een PCV2 infectie minder frequent voorkomen dan de andere ziektebeelden, zijn er toch gevallen beschreven bij zeugen en gelten.
Algemeen wordt aangenomen dat vruchtbaarheidsproblemen enkel optreden wanneer dieren een eerste keer met het virus in contact komen tijdens de dracht. Daarom worden de meeste problemen gezien bij gelten en opstartende bedrijven.
Onderzoek heeft aangetoond dat foetussen in de baarmoeder kunnen geïnfecteerd worden met het PCV2 virus. In de foetussen vermeerdert het virus zich bij voorkeur ter hoogte van de hartspier.
In functie van het drachtstadium op het ogenblik van de infectie zullen verschillende symptomen optreden. Bij infecties zeer vroeg in de dracht treedt embryonale sterfte op waardoor de dieren terugkeren in bronst. Bij latere infecties treedt er foetale sterfte op die tot uiting komt onder vorm van mummies of doodgeboren en geautolyseerde biggen. Bij infectie kort voor de geboorte kunnen zelfs normale biggen geboren worden die al dan niet drager zijn van het PCV2 virus.
De vermeerdering en de spreiding van het virus in de foetussen in de baarmoeder is lager naarmate de dracht verder gevorderd is.
Het belang van PCV2 gerelateerde vruchtbaarheidsproblemen op onze bedrijven is momenteel nog onvoldoende gekend en is onderwerp van verder onderzoek.

<Terug naar boven>

 

Verspreiding

  • Directe transmissie tussen varkens

Het virus wordt zowel overgedragen door direct contact met dieren welke tekenen vertonen van PCVD als door direct contact met besmette dieren welke geen ziektesymptomen vertonen. Het virus wordt uitgescheiden via de lichaamsvochten (speeksel, neusvocht, oogvocht) en in urine, mest en bloed. Via deze weg kan het andere dieren besmetten.
Hoewel dit de belangrijkste besmettingsroutes zijn, is een verticale transmissie van het virus van de zeug naar de biggen tijdens de dracht (via de baarmoeder) of tijdens de lactatieperiode (via de melk) eveneens mogelijk.

  • Sperma

Het was al gekend dat geïnfecteerde beren een intermitterende uitscheiding van het PCV2 virus in het sperma vertonen. Daarbij werd een uitscheiding van het virus in het sperma gerapporteerd gedurende een periode die tot 27.3 weken kon aanhouden.
Recent werd ook aangetoond dat naïeve zeugen door inseminatie met besmet sperma kunnen geïnfecteerd worden met het PCV2 virus. 

<Terug naar boven>

 

Diagnose

Volgende diagnostische methoden worden het meest toegepast:

  • Aantonen van antistoffen tegen het PCV2 virus

Antistoffen tegen het PCV2 virus kunnen aangetoond worden in bloedserum door middel van een dubbele ELISA test waarbij zowel IgG als IgM antistoffen worden opgespoord. Met de IgM ELISA worden recente infecties opgespoord. De IgM antistoffen zijn detecteerbaar vanaf 7 à 10 dagen na infectie tot ongeveer 2 maand na infectie. De IgG ELISA spoort antistoffen op die aantoonbaar zijn vanaf 12 à 15 dagen na infectie en blijven tot meer dan een jaar aantoonbaar. Door combinatie van de resultaten van beide tests kan een inschatting van het infectietijdstip gemaakt worden.

  • Aantonen van het PCV2 virus door middel van een PCR test

Bij een PCR test wordt genetisch materiaal van het PCV2 virus opgespoord in weefsel, bloed of speeksel. In het PCV2 onderzoek wordt gebruik gemaakt van een kwantitatieve PCR (qPCR) test. Deze test geeft informatie over het aantal viruskopieën dat per ml bloed / speeksel of per gram weefsel aanwezig is. Om na te gaan of een in de stal waargenomen ziekteproblematiek door een PCV2 infectie kan veroorzaakt zijn, kan volgend bemonsteringsschema aangehouden worden voor bloedstaalname:
- 10 bloedstalen van dieren die beginnende ziektesymptomen vertonen
- 10 bloedstalen van dieren die 3 à 4 weken jonger zijn dan de dieren met ziektesymptomen
- 10 bloedstalen van dieren die 3 à 4 weken ouder zijn dan de dieren met ziektesymptomen

Van elke leeftijdsgroep worden dan 2 qPCR analyses uitgevoerd (telkens op een mengstaal van 5 bloedstalen). Indien het verschijnen van de ziektesymptomen samen valt met het aanstijgen van de virale lading in het bloed, dan zijn de ziektesymptomen met grote waarschijnlijkheid gekoppeld aan een PCV2 infectie.
Naast bloedstalen kunnen ook speekselstalen verzameld worden van de 3 bovengenoemde leeftijdsklassen van dieren. In dit geval wordt er een katoenen koord opgehangen in het hok van de dieren (zie foto). De dieren zullen automatisch aangetrokken worden tot het koord. Na ongeveer 30 minuten heeft het koord zich verzadigd met speeksel en kan het speeksel verzameld worden door het koord uit te wringen. De interpretatie van de analyseresultaten gebeurt op dezelfde wijze als bij PCR analyse op bloedstalen.

  

Foto: Biggen verzadigen een katoenen koord met speeksel.
Het speeksel dat op deze wijze verzameld wordt, kan gebruikt
worden voor PCR onderzoek naar PCV2 en PRRS.

 

  • Diagnostische vaccinatie

Omwille van de complexiteit van de interpretatie van laboanalyses (vaak worden meerdere ziekteverwekkers teruggevonden) wordt er in veel gevallen een diagnostische vaccinatie uitgevoerd.
Dit is een indirecte diagnostische methode waarbij gelijktijdig de productieparameters (sterfte, dagelijkse groei, antibioticagebruik,…) van een gevaccineerde groep vleesvarkens vergeleken worden met deze van een niet gevaccineerde groep vleesvarkens. Dit laat toe een inschatting te maken van de economische impact van de ziekte op het bedrijf. Om een goede evaluatie te kunnen maken dienen de productieresultaten van min. 300 gevaccineerde dieren vergeleken te worden met deze van 300 niet gevaccineerde dieren. Daarbij wordt het best de helft van de dieren van een leeftijdsgroep gevaccineerd en de andere helft niet gevaccineerd (om tijdseffecten uit te sluiten).

In de praktijk is diagnostische vaccinatie een waardevolle diagnostische methode gebleken. Deze aanpak laat toe op een eenvoudige wijze de economische impact van het circovirus op een bedrijf te evalueren.

 <Terug naar boven>

 

Behandeling en preventie

  • Goede managementpraktijken
    De toepassing van goede managementpraktijken die tot doel hebben de infectiedruk van PCV2 en andere ziektekiemen te minimaliseren, de hygiëne te verbeteren en stress te verminderen, kunnen de problematiek van PCVD niet voorkomen maar wel verminderen.
    Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van all-in/all-out in de verschillende productiestadia, zieke dieren zo snel mogelijk overbrengen naar een ziekenboeg, goede reiniging en ontsmetting van de stallen, biggen in het kraamhok zo weinig mogelijk verleggen en het verleggen beperken tot de eerste 24u na de geboorte, een goede klimaatcontrole en geen te hoge hokbezetting.
  • Controle van co-infecties
    Andere ziekten, zoals PRRSv (Porcien Reproductief en Respiratoir Syndroom virus), M. hyo (Mycoplasma hyopneumoniae), PPV (Porcien Parvovirus) en SIV (Swine Influenza Virus of griep), kunnen PCVD uitlokken of verergeren.
    Het is dus belangrijk deze co-infecties te controleren door middel van preventieve vaccinatie, managementmaatregelen en/of antibioticagebruik.
  • Antibiotica
    Behandeling met antibiotica heeft geen invloed op het PCV2 virus en zijn vermeerdering in de weefsels.
    Antibiotica kunnen wel ingezet worden ter behandeling van secundaire bacteriële infecties.
  • Genetica
    Alle varkensrassen zijn gevoelig voor infecties met PCV2. Echter, bepaalde varkensrassen en –lijnen (vb. Piëtrain) lijken minder vatbaar voor PCVD dan andere (vb. landrassen).
  • Vaccinatie
    Recent werden vaccins ontwikkeld die tot doel hebben om de biggen en vleesvarkens te beschermen tegen de gevolgen van een PCV2 infectie.
    Hierbij heeft men de keuze tussen zeugenvaccinatie of biggenvaccinatie:
    - Zeugenvaccinatie: biggen verwerven een passieve immuniteit via antistoffen in de biest waardoor ze gedurende de eerste levensweken beschermd zijn tegen een circovirusinfectie.
    - Biggenvaccinatie: stimuleert de eigen afweer van het dier waardoor een actieve immuniteit wordt opgewekt die de dieren gedurende de ganse afmestperiode beschermt.

<Terug naar boven>

 

Economische impact

PCV2 infecties worden beschouwd als een van de economisch meest schadelijke aandoeningen in de varkenshouderij.
Enerzijds geeft een PCV2 infectie aanleiding tot direct waarneembare financiële verliezen zoals een verhoogde sterfte en achterblijvende varkens die niet vermarktbaar zijn.
Anderzijds zijn er ook indirect waarneembare financiële verliezen zoals verhoogde kosten voor antibiotica om de secundaire infecties te behandelen, wijzigingen in het management om de impact van de ziekte te verminderen,…

<Terug naar boven>

 

Veel gestelde vragen 

Is het circovirus gevaarlijk voor de mens?

Het varken is de natuurlijke gastheer voor het Porcien Circovirus type 2. De mens is niet gevoelig voor het virus.

 

Is het mogelijk dat het circovirus aanwezig is op mijn bedrijf zonder dat er duidelijk zichtbare ziektetekenen zijn? Veroorzaakt het virus in dit geval economische schade?

Het Porcien Circovirus Type 2 (PCV2) is aanwezig op nagenoeg alle varkensbedrijven, maar niet op alle bedrijven zijn duidelijk zichtbare symptomen aanwezig die kunnen toegeschreven worden aan een PCV2 infectie.
Bij onzichtbare schade ten gevolge van het circovirus kan gedacht worden aan:
• een negatieve invloed op de productieparameters (groei, voederconversie, sterfte,…)
• een verhoogde gevoeligheid voor andere ziekten en een verminderde werking van toegediende vaccins ten gevolge van de negatieve invloed welke het circovirus heeft op het afweersysteem van het varken.

 

Zijn antibiotica werkzaam tegen het circovirus?

Antibiotica zijn enkel werkzaam tegen bacteriële infecties. Het Porcien Circovirus type 2 (PCV2) is een virus en hierop hebben antibiotica geen invloed.
Op bedrijven met problemen ten gevolge van circovirus kunnen antibiotica wel ingezet worden ter bestrijding van secundaire infecties. De resultaten die hierbij verwacht kunnen worden zijn eerder wisselvallig.

 

Ik koop biggen aan op een gewicht van 23 kg. Is het nog mogelijk om deze dieren bij aankomst op mijn bedrijf te beschermen tegen het circovirus door middel van vaccinatie?

Dit is afhankelijk van het feit of de dieren op dit moment al geïnfecteerd zijn met het circovirus en dit is verschillend van bedrijf tot bedrijf.
Voor optimale resultaten moeten varkens ten laatste 3-4 weken vóór het optreden van klinische symptomen gevaccineerd worden. Indien praktisch mogelijk verdient het de absolute voorkeur om biggen te vaccineren op 2 à 3 weken leeftijd.

 

Hebt u een vraag over Circovirus infecties, stuur ons dan een e-mail door te klikken op onderstaande link:
"contact"

<Terug naar boven>