• strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 197.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links_related.module on line 433.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.
  • strict warning: Only variables should be assigned by reference in /home/gezondev/public_html/sites/all/modules/links/links.inc on line 1450.

Veel gestelde vragen over vaccinatie (FAQ's)

Waarom is het voor bepaalde ziekten mogelijk om de biggen te beschermen door zeugenvaccinatie (via antistoffen opgenomen uit de biest, zgn. maternale antistoffen) en voor andere ziekten niet?

  • Maternale antistoffen hebben een beperkte levensduur en de levensduur is verschillend naargelang de kiem.
    Voorbeelden: Porcien Parvovirus tot 7 maanden leeftijd, PCV2 virus tot ongeveer 5 weken leeftijd, Aujeszky virus tot ongeveer 12 weken leeftijd
  • Bepaalde ziekten komen voor kort na de geboorte (vb. E. coli geboortediarree). Bij deze ziekten is de kans veel groter dat het probleem door zeugenvaccinatie kan aangepakt worden dan bij ziekten die pas op latere leeftijd voorkomen.
  • Wanneer dieren pas in contact komen met de ziekteverwekker op het moment dat de maternale antistoffen al verdwenen zijn, dan zal zeugenvaccinatie de biggen onvoldoende beschermen en is biggenvaccinatie aanbevolen. Voorbeelden: PCV2 virus en ziekte van Aujeszky

 

Kan men door middel van bloedonderzoek nagaan of:
- biggen gevaccineerd zijn tegen een bepaalde aandoening of niet?
- biggen een goede bescherming hebben opgebouwd na vaccinatie?

Het antwoord op deze vraag is verschillend naargelang het vaccin, omwille van volgende redenen:

  • Niet alle vaccins wekken detecteerbare antistoffen op, terwijl ze wel bescherming bieden. Het afweersysteem van het varken bestaat uit verschillende componenten, waarvan bescherming door middel van antistoffen er één is. Bepaalde vaccins bieden voornamelijk bescherming langs deze weg, andere vaccins werken voornamelijk via andere beschermingsmechanismen (vb. lokale bescherming ter hoogte van de doelorganen van de ziekteverwekker).
     
  • De meeste vaccins verhinderen geen infectie met een veldvirus of veldbacterie, maar wel de schade veroorzaakt door deze infectie. Wanneer antistoffen in het bloed worden teruggevonden is het bijgevolg niet duidelijk of deze antistoffen aanwezig zijn ten gevolge van een veldinfectie of ten gevolge van een vaccinatie. Enkel bij het gebruik van een merkervaccin is er een verschil tussen de antistoffen gevormd ten gevolge van een veldinfectie of een vaccinatie, dit was vb. het geval voor de Aujeszky vaccins.

Het belangrijkste evaluatiecriterium voor de kwaliteit en de werkzaamheid van een vaccin is de afwezigheid van ziektesymptomen en de verbetering van de productieparameters (vb. groei, voederconversie, sterftepercentage, percentage terugkeerders, productiegetal,...). Vanuit economisch perspectief is de inzet van een bepaald vaccin op een bedrijf nuttig, wanneer de opbrengst onder vorm van een productieverbetering groter is dan de vaccinatiekost.

 

Is het immuunsysteem van de big voldoende ontwikkeld om in de eerste levensweek te vaccineren?

  • Het is belangrijk om bij de toepassing van vaccins steeds de aanbevelingen zoals vermeld op de bijsluiter te volgen.
  • Vaccinatie op een ogenblik dat er veel stresserende handelingen gebeuren (vb. castratie, staarten couperen, ijzer injectie,…) is negatief voor een goede immuniteitsopbouw.
  • Wanneer vaccins op zeer jonge leeftijd worden toegepast bestaat het gevaar dat er nog te veel circulerende maternale antistoffen zijn. Daardoor wordt een goede werking van het toegepaste vaccin verhinderd.
  • Hoewel onderzoek heeft aangetoond dat de ontwikkeling van het immuunsysteem reeds start in de baarmoeder, is het immuunsysteem pas enkele weken na de geboorte volledig ontwikkeld.
  • Bij de bepaling van het ideale vaccinatietijdstip moet rekening gehouden worden met 2 factoren:

1. Het tijdstip waarop de dieren met de ziekteverwekker in contact komen.
Er moet immers voldoende tijd zijn tussen het tijdstip van vaccinatie en het eerste contact met de, ziekteverwekker, opdat een goede bescherming kan opgebouwd worden. Dus: niet te laat vaccineren.

2. Een voldoende ontwikkeld immuunsysteem en gedaald niveau van maternale antistoffen. Dus: niet te vroeg vaccineren.

In de praktijk betekent dit dat het vaccinatietijdstip steeds een compromis is tussen 1. en 2. 

 

Bieden combinatievaccins een even goede bescherming als enkelvoudige vaccins?

Bij combinatievaccins kan er een onderscheid gemaakt worden tussen 2 verschillende situaties: 

  • Het combinatievaccin wordt als kant-en-klaar mengsel op de markt gebracht.
  • Het combinatievaccin bestaat uit 2 of meer enkelvoudige vaccins die gemengd worden en nadien ingespoten worden.

Combinatievaccins bieden een even goede bescherming als enkelvoudige vaccins, wanneer hun werkzaamheid voorafgaandelijk werd aangetoond.
Wanneer een combinatievaccin als kant-en-klaar mengsel op de markt wordt gebracht, heeft de producent de nodige studies moeten uitvoeren om aan de registratieautoriteiten te bewijzen dat het product veilig is en tegen elk van de ziekten voldoende bescherming biedt.
Wanneer het combinatievaccin zelf dient samengesteld te worden uitgaande van 2 of meer enkelvoudige vaccins, dan moet op minstens 1 van de bijsluiters van de te mengen producten aangegeven zijn dat de betreffende producten met elkaar kunnen gemengd worden. In dit geval werden er voldoende studies uitgevoerd om aan te tonen dat de producten mengbaar zijn en dat het mengsel veilig is en tegen elk van de ziekten voldoende bescherming biedt.